Monday, January 16, 2006

nog eens haar . . .

Ik heb al eens eerder geschreven over het modieuze gebruik van het bezittelijk voornaamwoord 'haar', omdat een journalist van De Stentor (30 maart 2005) schreef over het (onzijdig dus) gemeentebestuur van Harderwijk en haar besluiten. Ook schreef deze meneer Dijkstra " .. het gemeentebestuur de regels (..) heeft omzeild. En dat ze dat bewust heeft gedaan."
Sindsdien heb ik mij nog dikwijls verbaasd over dergelijk taalgebruik in de krant of in actualiteitenrubrieken op de tv enz. Maar hoewel ik er niet aan kan wennen dit taalgebruik te zien als modern algemeen beschaafd Nederlands, wil ik er niet over blijven zeuren. Er zijn wel belangrijker dingen om je over op te winden, bijvoorbeeld over Afghanistan en de inzet van Nederlandse militairen aldaar en de besluitvorming hierover. In die discussie mengde zich vrijdag 13 januari ook Mient Jan Faber in een bijdrage in Trouw:



Hierin dook 'haar' weer eens op, maar nu in een wel heel curieuze situatie. Kijk, een zinsnede als "... waar het internationale terrorisme haar ... uitvalsbases ...", is natuurlijk grammaticaal niet correct, maar daar zou ik me niet meer aan ergeren, had ik mij voorgenomen. Neen, de curieuze situatie ontstaat in de passage onderaan de eerste kolom van het stuk van Faber: "... hebben de Taliban en de met haar verbonden ... groeperingen ..."
'De Taliban' is kennelijk een meervoud, want "de Taliban hebben .. " schrijft Faber. Akkoord, niets op tegen. En als ik me niet vergis heb ik ooit eens gelezen dat Taliban inderdaad een meervoudsvorm is, en zoveel als 'studenten (van Koran)' betekent. 'Haar' kan als persoonlijk voornaamwoord natuurlijk ook een meervoudsbetekenis hebben; een tikje ouderwets, maar het kan.
Aldus presenteert Faber- vermoedelijk onbedoeld - de Taliban als een groep vrouwen. Tenminste veroorzaakt Faber een dergelijke associatie, gedachtensprong. Gezien de reputatie van de Taliban qua opvattingen over en gedrag tegen(over) vrouwen is dit geen fijne 'verschrijving'.